BRUMMEN - Er zijn van die gebeurtenissen die in de
Tweede Wereldoorlog diepe indruk maakten op de bevolking, maar niet die
aandacht kregen die ze verdienden.
Een daarvan is de bloedige schietpartij bij het postkantoor in Brummen
op zaterdag 23 september 1944, waarbij zes gevangen Britse
parachutisten het leven lieten. Een Duitse truck, met circa 25 Britse krijgsgevangenen reed met hoge snelheid vanuit Velp door Brummen, richting Apeldoorn. Onderweg plaagden de para's hun Duitse bewakers door het maken van V-tekens. Daardoor raakten die zo geërgerd dat ze de wagen stopten en dreigden hun gevangenen neer te schieten als ze er mee door zouden gaan.
Als de wagen bij het postkantoor in Brummen opnieuw stopt, zien twee officieren, die ontsnappingsplannen hadden, hun kans schoon en vluchten. Van die twee slaagt alleen Major Tony Hibbert er in, met hulp van de ondergrondse en burgers, definitief uit handen van de Duitsers te blijven. Het drama speelt zich achter hun rug af, wanneer een jonge SS'er zijn Schmeisser in de vrachtwagen leegschiet. Zes dode Britten plus een dode Duitse bewaker, zijn het trieste resultaat.
Het had evenwel nog erger kunnen zijn, want de geïrriteerde SS'ers, die dachten dat de Britten hun collega gedood hadden, dreigden ook de overgebleven krijgsgevangenen neer te schieten. Over de wijze waarop dit is voorkomen, bestaan verschillende lezingen. In de ene lezing weet huisarts Antoon Korteweg, door te roepen dat hij arts is, de gemoederen tot bedaren te brengen en in de andere weet een van de para's, major Freddy Gough een naderende Duitse officier aan zijn zijde te krijgen. Deze slaagt erin de Duitsers tot bedaren te brengen, waardoor een tweede bloedbad kan worden voorkomen. De doden en gewonden worden daarna afgevoerd naar een noodhospitaal in Zutphen. Een ervan, J.A. Cotterell overlijdt later in Enschede, waar hij met de anderen, H.A. Platt, K.S. Mills, S. Allen, G.E. McCracken en T.V.P. McNab is begraven.